Hersteltalent

Dialoog 1 – Ervaringsdeskundigen Stichting HerstelTalent (8 april 2016)

Dialoog 1

Dag/datum Vrijdag 8 april, ochtend
Locatie Dishoek, Walcheren
Aantal deelnemers 7
Doelgroep Ervaringsdeskundigen Stichting HerstelTalent
Gespreksleider KK
Notulisten Klazine, Tessa
Onderzoeksvraag Is er zoiets als een ware zelf?
Gedicht Felix Timmermans: uitkoom

Verslag:

K: Motto  “Een niet gereflecteerd leven is niet waard  geleefd te worden”

A: ‘interessant…’

Socrates’ aanklacht: … Verpest de jeugd…

J1: ‘Toen al…’

“Denken als één hoofd” à J: ‘Stemmen horen dus’

Naar aanleiding van het hittepunt:

A: ‘Altijd negatief dus’

K: ‘Het moet schurend zijn’

J2: ‘Wat je raakt dus?’

C: ‘Maar is er wel één waarheid gezien verschillende ervaringen?’

K: ‘Er zweeft iets boven eigen ervaring, het gaat erom: wat betekent dit voor het geheel?’

12:55-13:14 à Eerste indruk bij het thema

J2: ‘Identiteit is trots en als het niet goed gaat, schaamte.’

S: ‘Ik ervaar een gevoel van verlies omdat ik veel gewisseld ben van identiteit, ik wil mijn oude identiteit weer terug.’

J2: ‘Wat is identiteit?’

A: ‘Veelomvattend’

J1: “Ik ga weer terug naar Judith Koudeijzer’ (….) ‘Gevoel past bij mijn naam’

K: ‘Identiteit hangt samen met je naam?’

A: ‘Ik herken dit wel’

J2: ‘Ik denk bij identiteit meer aan dingen die ik van kinds af al heb.’

K: ‘Etiket?’

C: “Verschillend, soms is mijn identiteit kwaad. Wie ben ik nou? Identiteit moet zijn: Dat ben ik! Ik zit daarmee in de clinch. Mijn gedrag bepaald mijn identiteit.”

J2: ‘Ben je je identiteit kwijt als je anders reageert?’

Reactie C: ‘Voor mij wel’

K: ‘Is identiteit een vast iets?’

I: ‘Heel mijn leven bestaat uit meerdere identiteiten’

13:04-13:16à Voorbeeld vinden van eigen ervaring

 

13:16-13:27à Ervaringen bespreken en een ervaring kiezen

 

A: ‘Als er problemen zijn, help ik graag. Ik zie dat als mijn identiteit, dat helpen’

J1: ‘Wie was ik toen?’ (dit naar aanleiding van voorbeeld ervaring) ‘Hoe bleef ik bij mijzelf?’

S: ‘Vroeger was je altijd zo’n vrolijke meid. Dat bevestigd naar mijn idee dat ik vroeger leuk was.’ ‘Is er zoiets als je ware zelf?’

I: ‘Waar was ik?’ ‘Hoe kun je jezelf verliezen?’

J2: ‘Wat gebeurd er met mijn identiteit als ik in mijn werk opga?’

C: ‘Wat is mijn identiteit?’

13:28-13:31 à Kiezen ervaring

 

A: ‘Ik blijf mijzelf weggeven’

C: (naar aanleiding van uitspraak, vroeger was je zo’n vrolijke meid) ‘Nu ben je minder’

13:31-13:39 pauze

 

13:39- 13:55 Kernmoment/hittpunt

 

S: ‘Hij suggereerde dat hij mij kende en gaf aan dat ik vroeger zo’n vrolijke meid was. Ik dacht: ‘Dat klopt”

J2: ‘Ging je verder terugdenken aan vroeger?’

S: ‘Hij had door dat het niet goed met me ging (…) Ik vond het niet leuk dat hij dat zei’ (…) ‘In die tijd verheerlijkte ik vroeger ook’

K: ‘Je krijgt een bevestiging van hoe je je voelde’

S: ‘Je weet dat het zo is maar je wilt er niet aan.’

K: ‘… je wilt niet dat anderen het weten’

S: ‘Het liefst zou ik willen zijn zoals ik was: vrolijk, behulpzaam en niet depressief en ongelukkig. Ik denk dat er wel iets is als je ware zelf, een kern die je bij je geboorte meekrijgt.’

J1: ‘Kan het niet zo zijn dat je het alle twee bent? Somber en vrolijk?’

S: ‘Persoonlijk denk ik dat je ware zelf vrolijk en gezond is.’

A: ‘Dus je ware zelf is altijd vrolijk?’

J2: ‘Had je het gevoel dat je begrip of acceptatie miste?’

A: ‘Voelde je op dat moment een gemis (…) dat je niet dat meisje van vroeger was?’

S: ‘Ja’

K: ‘Hoe voelde je je precies?’

S: ‘Vooral verdrietig.’

13:55-14:02 à Regels (nadenken en schrijven over het verplaatsen)

14:02- 14:09 à verplaatsen zelf

 

A: ‘Ik wil weg, ik besta niet, ik moet weg’

C: ‘Niet toegeven, niet toegeven, niet toegeven, ontkennen, ontkennen, ontkennen.’ ‘Ik zou dat niet willen, dat moet weg, niet toegeven, ontkennen.’

J2: ‘Ik zou mij verloren voelen’ ‘We gaan wel door’

 

14:09-14:26à Antwoord op de onderzoeksvraag: “Is er zoiets als je ware zelf?”

 

S: ‘Je veranderd heel erg door de jaren heen (…) omdat je veranderd denk ik dat er wel zoiets is als je ware zelf’ ‘Ja, omdat ik daarin geloof’

K: ‘Je geloof dat iemand een kern heeft?’

J2: ‘Kerneigenschappen blijven (…) je hebt alle emoties in je (…) maar hoe je reageert verschilt, maar de kern blijft’ ‘Ik dwaal af maar ik heb steeds het gevoel dat ik weer terugkom bij mezelf’

S: ‘Je ware zelf is dus ook je goed voelen’

J2: ‘Alle emoties mogen er zijn, ook somberheid’

C: ‘Nee, die is er voor mij niet. Mijn ware zelf ervaar ik als zo wisselend en verschillend dat ik niet weet of ik een zelf heb. (…) Ik hoop er wel op. (…) Ik weet niet of ik er ooit ga komen. (…) Wie ben ik dan?’

J2: ‘Kan onvoorspelbaar je ware ik zijn?’

C: ‘Ik denk het.’

A: ‘Ja, ik wil altijd zo zuiver mogelijk leven ondanks angst en depressie, dat is belangrijk voor mij’

J1: ‘In mijn ware zelf heb ik heel veel ware zelven. Dus ik geloof niet in één ware zelf. Soms ben ik dit, soms dat maar dan ben ik ook mezelf’

I: Nee, ik geloof dat je ieder moment anders bent en je anders verhoudt tot zaken dus er is geen ware zelf’

  • Stichting Hersteltalent
  • Privacy