Hersteltalent

Review dialoog 5 (19 mei 2016)

Review Jan de Graaf, observatie vanuit opleiding Moreel Beraad:

Socratisch dialoog

Geef aan in hoeverre je de volgende uitspraken mbt
de methode, vaardigheden en dialoog & onderzoek
waardeert:

goed voldoende matig onvoldoende nvt
STAP 1  (kruis steeds 1 hokje aan)          
Verwelkomt de deelnemers en regelt de kennismaking x
Introduceert Moreel Beraad; Geeft aan wat de bedoeling is van
een Moreel Beraad en legt de stapsgewijze aanpak van de
Socratisch dialoog uit.
x
Geeft aan welke houding van de deelnemers bijdraagt aan een
goed Moreel Beraad
x
Expliciteert doelen en verwachtingen van de deelnemers x
Maakt afspraken over vertrouwelijkheid en veiligheid x
Maakt afspraken over de verslaglegging x
STAP 2  (kruis steeds 1 hokje aan)
Nodigt de voorbeeldgever uit de ervaring/casus te vertellen adhv
de context, feiten, handelingen en gevoelens
x
Helpt de groep te onderscheiden wat wel en niet een morele
vraag is
x
Zorgt dat de uitgangsvraag onderzocht wordt in de gekozen ervaring/casus x
Stimuleert de voorbeeldgever en de groep om zich te (blijven)
richten op het hittepunt in de ervaring/casus
x
Verifieert bij de voorbeeldgever of de (formulering van de)
uitgangsvraag de essentie van de ingebrachte ervaring/casus
betreft
x
STAP 3  (kruis steeds 1 hokje aan)
Introduceert wat (het doel van) verhelderingsvragen zijn x
Stimuleert de groep vragen te stellen x
Corrigeert wanneer er geen feitelijke vragen gesteld worden x
Let op dat iedere deelnemer aan bod komt x
Let op dat inbrenger centraal blijft staan x
STAP 4  (kruis steeds 1 hokje aan)
Legt correct uit wat met de termen standpunten, argumenten en onderliggende principes (uitgangspunten, waarden, deugden, idee)
wordt bedoeld
x
Vraagt de deelnemers hun keuze en afweging voor zichzelf te
formuleren
x
Zorgt voor een verbinding tussen de persoonlijke afweging en de
feiten van het voorbeeld/casus
x
Helpt de deelnemer in het formuleren van zijn standpunten door
te vragen en te verhelderen wat de verplaatsing in de feiten en de voorbeeldgever deed/opriep
x
Stelt vragen over de verbinding tussen de standpunten en de
feiten van het voorbeeld/casus
x
Schrijft de standpunten, argumenten en onderliggende principes puntsgewijs op de flip-over x
STAP 5  (kruis steeds 1 hokje aan)
Stelt vragen over de overeenkomsten en verschillen x
Maakt een onderverdeling (thema’s) in de verschillen en overeen-komsten die door de deelnemers worden genoemd x
Stimuleert de groep te onderzoeken waar de verschillen en overeenkomsten mee samenhangen x
Verbindt de gegeven standpunten met elkaar door de verschillen
en/of overeenkomsten te verhelderen
x
STAP 6  (kruis steeds 1 hokje aan)
Rondt af op grond van de vorige stappen x
Faciliteert het maken van eventuele werkafspraken x
Evalueert het proces x

 

  goed voldoende matig onvoldoende nvt
Vaardigheden (kuis steeds 1 hokje aan)
Houdt zich afzijdig van de inhoud x
Geeft geen oordeel over de kwestie
Weet de tijd te verdelen en te bewaken x
Weet deelnemers actief te betrekken in het onderzoek x
Weet de focus op de morele vraag te houden x
Blijft dicht bij de woorden van de deelnemers x
Gaat na of de deelnemers elkaar begrijpen x
Gaat na of de deelnemer goed begrepen is x
Stimuleert actieve deelname van alle betrokkenen x
Zorgt voor een evenwichtige deelname tussen deelnemers x
Bevestigt de mensen in het feit dat ze participeren en hun inbreng hebben x
Geeft ruimte voor emoties en respecteert deze x
Verifieert actief dat het steeds over de uitgangsvraag gaat x
Schrijft leesbaar en zichtbaar voor alle groepsleden x
Zet flip-over actief in voor het bevorderen van de structuur
en het overzicht.
x
Is transparant over wat (waarom) hij/zij doet (t.a.v. de methode, strategie) x
Bevorderen dialoog en onderzoek (kuis steeds 1 hokje aan)
Stimuleert de deelnemers om bij elkaar door te vragen over wat
ze zeggen of beweren
x
Weet vooronderstellingen om te zetten in vragen x
Verwijst voor het geven van oordelen naar de juiste methodische
stap
x
Vraagt deelnemers hun oordelen te onderbouwen vanuit de
feiten en met argumenten
x
Vraagt door bij wat deelnemers zeggen of beweren x
Weet oordelen te gebruiken ten behoeve van het onderzoek x
Stimuleert de deelnemers zich te verplaatsen in het denken van
de ander
x

Wat waren de leerdoelen (max. 2) en hoe is de gespreksleider daar mee omgegaan?

Deze waren niet aan de orde, omdat er geen sprake was van cursus. KK is opgeleid bij ISVW door Jos Kessels. Gaf er in mijn ogen blijk van de theorie van het Socratisch gesprek goed te beheersen.

 Welke acties (van de gespreksleider) bevorderden de dialoog (= onderling gesprek van de deelnemers)?

Deelnemers werden actief betrokken, aangesproken.

  • Hield in een wat verwarrend gesprek de lijn goed vast.
  • Mooie metafoor: denken als een hoofd
  • Voorlezen gedicht om deelnemers in stemming te brengen, te gronden
  • Gespreksleider straalde rust en daarmee overwicht uit dat de sfeer in de groep ten goede kwam

Welke acties (van de gespreksleider) bevorderden de dialoog niet?

–  te veel tijd besteedt aan het zoeken naar een casus in de groep en de morele vraag

– stelde zelf veel vragen. Dit is begrijpelijk omdat de groep dit in mindere mate deed en de groep snel afdwaalde naar verhalen over hun beleving n.a.v. hun situatie. Al dan niet in relatie tot derden.
– de opdrachtgever was in de zaal aanwezig en pleegde in een korte pauze een interventie richting gespreksleider die achteraf er spijt van had zich hierdoor te hebben laten beïnvloeden. Het thema was de positie van enkelen in de groep en dat zij beter niet in het spotlight konden staan.

Wat heeft de gespreksleider gedaan om het onderzoek (= inhoudelijk mbt tot de kwestie) met/van de deelnemers te stimuleren en te verdiepen?

  • de methodiek van het gesprek uitleggen
  • om binnen de tijd te blijven stuurde zij vaardig naar de laatste fase wat de groep recht deed (maar de methodiek in mindere mate)

Welke acties stimuleerde en verdiepte het onderzoek niet

– de gespreksleider was sturend aanwezig in keuze casus (zie interventie), vragen stellen.

Aanvullingen, opmerkingen, suggesties of tips?

  • fasen 4, 5, 6 kwamen door tijdsgebrek minder uit de verf
  • de keuze van de casus (ontslag hadden meerderen meegemaakt na hun cva) riep emoties op en dus hele stellige meningen, waardoor de vraagonderstelling als het ware onder druk stond. Beter een minder emotionele casus kiezen. Evenwel de casussen lagen na een lang inleidend gesprek niet voor het rapen ….
  • om de groep sneller op gang te krijgen is het een mogelijkheid om een casus van te voren voor te bereiden met een van de deelnemers.
  • geen derden interventies richting gespreksleider
  • dichter bij de woorden van de deelnemers blijven, hoe lastig dit hier ook was
  • Stichting Hersteltalent
  • Privacy