Hersteltalent

Had ik het maar niet gedaan

Er leek vanmorgen nog niets op tegen om het interview over de stand van zaken met betrekking tot ‘de nieuwe GGz’ te lezen. Nienke van Sambeek interviewt (interview-jim-van-os) daarin Jim van Os over een aantal zaken die mij als ervaringsdeskundige bovenmatig interesseren. Ik was dan ook benieuwd… Het is eufemistisch om te zeggen dat het tegenviel… Bijna 12 uur verder ben ik nog steeds overmatig geïrriteerd. Dus… rekening houdend met het gegeven dat ik Nienke en Jim aardige mensen vind, dingen verkeerd geïnterpreteerd en opgeschreven kunnen zijn, ikzelf alles volstrekt verkeerd kan begrijpen – én het feit dat een kritische blog schrijven over iets wat de DNG aangaat bijna gelijkstaat aan een ‘sociaal doodsvonnis’ – leek het me een ‘uitstekend idee’ om wat van mijn minder mooie gedachten met u te delen.

In het interview vraagt Nienke aan Jim:

‘In de nieuwe ggz is ook een belangrijke rol weggelegd voor ervaringsdeskundigen. Moet dat volgens jou een herkenbare beroepsgroep zijn, of zou je het onderscheid tussen professionals en ervaringsdeskundigen kunstmatig kunnen noemen?’

Ik vraag u om even over deze vraag na te denken… en dan met name over het suggestieve gehalte ervan. Misschien wordt mijn punt iets duidelijker als ik het woord ervaringsdeskundige vervang door het woord psychiater.

De vraag wordt dan:

‘In de nieuwe ggz is ook een belangrijke rol weggelegd voor psychiaters. Moet dat volgens jou een herkenbare beroepsgroep zijn, of zou je het onderscheid tussen ervaringsdeskundigen/overige professionals en psychiaters kunstmatig kunnen noemen?’

Het antwoord van Jim van Os op de vraag is zo mogelijk nóg verwarrender. Geen duidelijk statement, maar iets onduidelijks over ‘multideskundigheid’, waar je met kwade wil (die ik ‘natuurlijk’ niet heb…) een geniale poging in kan zien om het antwoord te omzeilen.

Ik kan er maar één ding over zeggen. We zíjn een herkenbare beroepsgroep met een beroepsprofiel. Dat is niet meer terug te draaien. Het feit dat dit soort vragen en antwoorden in de nieuwe GGz gesteld en gegeven worden is op zijn zachtst gezegd ongelukkig te noemen. Het werkt niet mee aan de toch al lastige omstandigheden waaronder héél véél ervaringsdeskundigen hun werk moeten doen en de continue verantwoording die zij moeten afleggen voor het feit dat ze überhaupt in organisaties aanwezig zijn. Het lijkt me dat klip en klare steun voor deze beroepsgroep aanzienlijk meer past bij de DNG, dan onzorgvuldige uitspraken doen over onderwerpen die op elkaar lijken (werkers in de GGz die iets met hun ervaring doen en het beroep van ervaringsdeskundige), maar die niet (per se) gelijk zijn…

Een andere interessante opmaat naar een vraag van Nienke luidt:

‘Veel ervaringsdeskundige voorstanders van de nieuwe ggz hebben negatieve ervaringen opgedaan binnen de psychiatrie. Zij staan wantrouwend tegenover de samenwerking die jullie aangaan met GGz-instellingen. ‘

Het antwoord is intrigerend te noemen:

‘We moeten wel hoop hebben. Ik denk dat de meeste hulpverleners een intrinsieke motivatie hebben die echt heel integer is. Maar ze worden getransformeerd door het systeem waar ze in zitten. Net zoals we willen dat hulpverleners patiënten niet afschrijven als hopeloos, moet ook de cliëntenbeweging de hulpverleners niet afschrijven als hopeloos. Want dat is precies hetzelfde. Het mes snijdt aan twee kanten.’

De meest gefundeerde kritiek over de samenwerking met GGz-instellingen door de DNG werd nog maar onlangs geschreven door Ed van Hoorn (iemand die voorheen een belangrijke rol in de cliëntenbeweging speelde en nog steeds een inspirerend denker en schrijver is) in een artikel voor het tijdschrift voor Participatie en Herstel onder de titel ‘De nieuwe kleren van de GGz’ (scan-12-jun-2016-19-31). In het kort betoogt hij dat een systeem veranderen met dezelfde mensen en middelen die belang hebben bij het systeem, al héél véél jaar geen gelukkige keuze blijkt. Dat lijkt me bepaald geen uitspraak die op deze manier is af te doen. Bij nader lezen lijkt de vraag echter niet te verwijzen naar de gefundeerde kritiek van Ed, maar in te gaan op reacties die door mensen op Facebook zijn gegeven in ‘de nieuwe GGz-groep’. En dan gebeurt er iets interessants… Volgens Van Os moeten hulpverleners patiënten niet afschrijven en andersom moet ook de cliëntenbeweging de hulpverleners niet afschrijven. Hier wordt het ineens verwarrend. De stap van ‘patiënten’ naar ‘cliëntenbeweging’ is bepaald geen logische. Daarnaast is de meest vooraanstaande representant van ‘de nog enigszins in leven zijnde cliëntenbeweging’ zijn naaste collega Wilma Boevink. De vraag is dus wat hier precies bedoeld wordt. De uitsmijter is in die zin helemaal interessant. Het mes snijdt aan twee kanten volgens Van Os. Néé, Jim dat doet het niet… Wél als je het over de cliëntenbeweging hebt in relatie tot hulpverleners, maar zeker niet als je het over patiënten hebt… Dan snijdt het mes in de verste verte niet aan twee kanten. De rollen van de twee partijen zijn zó anders dat het in zeker zin aanmatigend is om dit te suggereren.

‘Had ik het maar niet gedaan’, dacht ik vandaag met enige regelmaat… Ik had het gewoon niet willen weten, me niet willen opwinden… Ik had het gewoon niet willen lezen… En vooral omdat Nienke en Jim aardige mensen zijn die het vast niet zo bedoelen… Maar ik deed het wel… en ik ben om die reden stiekem blij dat ik mijn minder mooie gedachten even met u heb mogen delen. Ik trek het me namelijk aan dat er nauwelijks inhoudelijke kritiek is gekomen van collega’s op dit interview. Niet alles is ok omdat het door de DNG wordt geschreven… En wat betreft dat sociale doodsvonnis, ik ben net als Nienke en Jim soms ook best aardig… Écht waar…

*Met dank aan Nienke van Sambeek voor het buitengewoon aardige gesprek dat we hadden over dit onderwerp en haar niet aflatende inzet voor de Facebookgroep van de nieuwe GGZ.

  • Stichting Hersteltalent
  • Privacy