De kunst van de wisselende rollen

Over herstel, ‘rolmobiliteit’ en de moed om meer dan één identiteit te zijn

Misschien is dit wel één van de ingewikkeldste onderdelen van een herstelorganisatie. Niet alleen voor de mensen die bij ons binnenkomen, maar ook voor de mensen die bij ons werken. En misschien nog wel meer voor de buitenwereld die met ons samenwerkt. Want bij ons liggen rollen niet vast. De ene dag ben je deelnemer aan een cursus. Een tijd later geef je zelf les. Je bent vrijwilliger, vervolgens coördinator. Je begeleidt iemand, terwijl je zelf ook ondersteuning ontvangt. Je leert van een ander en ontdekt later dat diezelfde persoon weer iets van jou leert. Dat is soms verwarrend voor degene die het meemaakt, voor collega’s en voor de buitenwereld.

Onze samenleving is gebouwd op duidelijke rollen. Op school is er een docent en een leerling. Op het werk een leidinggevende en een medewerker. In de hulpverlening een hulpverlener en een cliënt. Die duidelijkheid is belangrijk. Ze beschermt mensen, maakt verantwoordelijkheden helder en voorkomt dat machtsverschillen ontsporen. Juist daarom krijgen wij soms vragen.

  • “Hoe kan iemand die af en toe terugvalt in een verslaving toch coördinator zijn?”
  • “Hoe kan iemand die zelf psychisch kwetsbaar is anderen begeleiden?”
  • “Hoe kan iemand tegelijkertijd ondersteuning ontvangen én verantwoordelijkheid dragen?”

Ik begrijp die vragen. Sterker nog, ik vind dat we (mensen) ze moeten blijven stellen. Maar misschien stellen we te weinig een andere.

Wat gebeurt er met een mens als hij jarenlang vooral één rol krijgt?

Veel mensen die wij ontmoeten zijn niet alleen vastgelopen in hun psychische gezondheid. Ze zijn ook vastgelopen in hun identiteit. Jarenlang waren ze vooral cliënt, patiënt of zorgvrager. Niet omdat iemand dat zo bedoeld heeft, maar systemen kunnen ongemerkt hetzelfde verhaal blijven vertellen. En hoe langer dat duurt, hoe moeilijker het wordt jezelf nog op een andere manier te zien. Terwijl een mens nooit samenvalt met zijn kwetsbaarheid. Misschien is dat wel het grootste verschil tussen behandelen en herstellen. Wij geloven niet dat iemand eerst volledig “hersteld” moet zijn voordat hij weer iets kan betekenen. Wij geloven dat het innemen van betekenisvolle rollen juist onderdeel is van herstel.

Misschien vraagt herstel daarom om iets wat ik ‘rolmobiliteit’ zou willen noemen. Het vermogen om weer tussen verschillende rollen te bewegen, zonder dat één rol je hele identiteit bepaalt. Kinderen leren dat bijna ongemerkt. Thuis zijn ze kind, op school leerling, op het sportveld teamgenoot, later collega of vriend. Ze bewegen voortdurend tussen rollen en ontdekken spelenderwijs dat je soms hulp nodig hebt en op een ander moment juist iets kunt betekenen voor een ander. Voor veel mensen die al vroeg te maken kregen met trauma, langdurige psychiatrie of uitsluiting is die beweging nooit vanzelfsprekend geweest. Niet omdat zij die niet zouden kunnen leren, maar omdat er vaak te weinig veilige plekken waren om ermee te oefenen.

Misschien is een herstelorganisatie wel zo’n oefenplaats. Een plek waar je vrijwilliger kunt zijn én deelnemer, kunt leren én lesgeven, verantwoordelijkheid draagt én soms zelf steun nodig hebt. Dat vraagt iets van iedereen want wij denken graag in tegenstellingen (je bent sterk óf kwetsbaar / professional óf cliënt / je geeft óf je ontvangt). Maar het leven werkt zelden zo. Je kunt kwetsbaar zijn én verantwoordelijkheid dragen of een terugval hebben én een goede coördinator zijn. Niet omdat die terugval er niet toe doet, maar omdat een mens altijd méér is dan zijn moeilijkste moment. Dat betekent niet dat alles kan, integendeel. Juist omdat rollen kunnen bewegen, moeten we voortdurend met elkaar blijven onderzoeken wat op dat moment passend is. Soms betekent dat een stap vooruit. En andere keer een stap terug. Het kan ook leiden tot tijdelijk minder verantwoordelijkheid. En soms juist meer dan iemand zelf dacht aan te kunnen. Dat gesprek houdt nooit op. Niet omdat de grenzen onduidelijk zijn, maar omdat mensen zich blijven ontwikkelen.

Misschien is dat ook de essentie van een herstelorganisatie. Niet dat we alle antwoorden hebben. Maar dat we een gemeenschap proberen te zijn waarin mensen weer kunnen oefenen met het gewone leven. Een leven waarin je soms draagt en soms gedragen wordt. Waar je fouten mag maken zonder daartoe gereduceerd te worden. En waar niemand voorgoed gevangen hoeft te blijven in één rol. Misschien is dát de kunst van de wisselende rollen. Niet dat grenzen vervagen of dat iedereen alles kan, maar dat we leren verdragen dat een mens nooit één ding is. Dat we leren denken in én-én, in plaats van óf-óf. Want misschien is rolmobiliteit uiteindelijk wel één van de belangrijkste vormen van herstel. Niet omdat rollen voortdurend moeten wisselen. Maar omdat een mens pas werkelijk kan herstellen als hij weer de vrijheid ervaart om meer dan één identiteit te hebben.